Voedingssupplementen
Per 1 augustus 2003 zijn er Europese regels over voedingsupplementen, zoals vitaminepillen. Deze staan in een Europese richtlijn (2002/46/EG). Tot nu toe waren er aparte regels per lidstaat. In deze richtlijn is geregeld welke stoffen, en in welke chemische vorm, mogen worden toegevoegd. Het verschil met de ‘bestaande’ Nederlandse regels is dat de minimale en maximale aanwezige hoeveelheid vitamines en mineralen/spoorelementen in een supplement worden vastgelegd. De regels gelden sinds 1 augustus 2005. Tot 31 december 2009 mogen onder bepaalde voorwaarden, ook nog al op de markt zijnde supplementen worden verkocht die andere stoffen, of vitamines in een andere vorm, bevatten dan in de richtlijn is vermeld. Dit omdat de lijst van toegestane stoffen in de EU richtlijn nog in bewerking is. Indien echter over een gebruikte stof een ongunstig advies wordt afgegeven door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) zal het gebruik hiervan niet meer zijn toegestaan.
Vitamine A en D
De maximale dagdoseringen voor vitamine A en D zijn nog niet vastgesteld. Dus geldt hiervoor nog de Nederlandse Warenwetregeling Vrijstelling vitamineprepraten. Volgens dit besluit zijn de hoeveelheden vitamine A en D aan maxima gebonden. Per dagdosering mag een vitaminesupplement maximaal 1200 µg vitamine A en 5 mcg vitamine D bevatten. Supplementen voor kinderen tot en met 6 jaar, voor vrouwen die zwanger zijn of borstvoeding geven, en personen van 60 jaar en ouder, mogen maximaal 15 mcg vitamine D bevatten. Als een supplement meer dan 650 mcg vitamine A bevat, dan dient het etiket te vermelden dat het supplement niet geschikt is voor kinderen onder de twee jaar. De doseringen van andere vitamines dan A en D zijn vrijgelaten maar mogen uiteraard in het supplement niet in schadelijke hoeveelheden voorkomen. Op de verpakking dient duidelijk te worden vermeld dat het product is bedoeld als aanvulling op de voeding met de verplichte aanduidingen ‘voedingssupplement’ en ‘een evenwichtige voeding bevat voldoende vitamines’.
Op sommige etiketten worden voor vitamine A, D en E nog de oude internationale eenheden (IE of IU) vermeld. Deze kunnen als volgt worden omgerekend:
Vitamine A: 1 IE = 0,3 microgram [1 microgram (mcg) = 3,3 IE]
Vitamine D: 1 IE = 25 nanogram vitamine D [1 microgram = 40 IE]
Vitamine E 1 IE = 1 mg dl-alfa-tocoferylacetaat = 0,91 mg dl-alfa-tocoferol.
Doseringsadvies
Naast deze verplichte aanduidingen hoort op de verpakking een doseringsadvies te staan, dus hoeveel tabletten, dragees, capsules of druppeltjes dagelijks moeten worden ingenomen. Ook het gehalte aan vitamines per product en hoeveel procent dat is van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (ADH), dient op de verpakking of in de bijsluiter te staan. ADH’s moeten op het etiket worden vermeld volgens de Europese Richtlijn 90/496/EG.
Gevitamineerde oftewel verrijkte voedingsmiddelen
Sinds 2007 is er ook een Europese verordening van kracht (1925/2006/EG) waarin geregeld wordt welke stoffen (en welke vormen) mogen worden toegevoegd aan eten en drinken. Ook hiervoor gelden minimale en maximale hoeveelheden die mogen worden toegevoegd. Net als bij de voedingssupplementen geldt dat deze minimale en maximale hoeveelheden nog niet zijn vastgesteld. Ook deze lijst van toegestane stoffen is nog niet definitief. Voor verrijkte voedingsmiddelen die al op de markt zijn maar die stoffen bevatten, of hoeveelheden die afwijken van de EU verordening, geldt dat deze tot 14 januari 2014 nog onder de nationale (Warenwet) regelgeving in de handel mogen blijven. Dit is geregeld in het Warenwetbesluit
Toevoeging micro-voedingsstoffen aan levensmiddelen
Het toevoegen van vitamines (en mineralen) aan levensmiddelen is in Nederland sinds 1996 toegestaan. Er zijn drie manieren waarop vitamines worden toegevoegd: restauratie, substitutie of verrijking.
Restauratie, substitutie of verrijking
Bij restauratie worden de vitamines en mineralen die bij de productie en het bewaren van levensmiddelen verloren zijn gegaan weer aangevuld, tot het gehalte vitamines dat in de oorspronkelijke ingrediënten voorkomt. Dit gebeurt bijvoorbeeld bij kant-en-klaarmaaltijden. Bij substitutie gaat het om een product dat een ander product vervangt (bijvoorbeeld margarine door boter). Aan het vervangende product mogen vitamines en mineralen worden toegevoegd tot het gehalte dat in het oorspronkelijke (te vervangen) product voorkomt. Bij verrijking worden er extra vitamines en mineralen toegevoegd, ongeacht of deze van nature al in het product voorkomen. Voorbeelden zijn cornflakes of zuivelproducten met extra vitamines. Volgens de Warenwet moet een verrijkt product minimaal 15 procent en maximaal 100 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid per dagportie bevatten. In de nieuwe EU verordening zullen andere minimale en maximale hoeveelheden gaan gelden. Zolang deze nog niet zijn vastgesteld geldt de Warenwetregeling. In principe mogen alle vitamines en mineralen worden toegevoegd die volgens de Warenwet (en de EU verordening) zijn toegelaten. Tot voor kort was toevoeging van vitamines A, D, en foliumzuur, evenals van jodium, selenium, koper en zink niet toegestaan, tenzij een vrijstelling was verleend. Deze beperking is echter door een uitspraak van de Europese rechter komen te vervallen. Voor vitamine D en foliumzuur geldt voorlopig een aparte Warenwetregeling. Een product mag maximaal 4,5 microgram vitamine D, en/of 100 microgram foliumzuur bevatten per hoeveelheid product van 100 kcal.
Informatievoorziening
Eten en drinken waaraan vitamines zijn toegevoegd, moet altijd informatie over de voedingswaarde bevatten. Dit is de hoeveelheid energie (kcal) en de hoeveelheid eiwitten, koolhydraten en vetten, eventueel aangevuld met de hoeveelheid suikers, verzadigde vetzuren, voedingsvezel en natrium. Bij verrijking moet het gehalte aan toegevoegde microvoedingsstoffen (per 100 g of 100 ml, in absolute hoeveelheden en in procenten van de ADH) worden vermeld, bij substitutie of restauratie is dit niet verplicht. Hierbij moeten de Aanbevolen Dagelijkste Hoeveelheden (ADH-waarden) worden gebruikt. Deze staan in het warenwetbesluit, volgens de Europese Richtlijn 90/496/EEG over etikettering.
Een vermelding dat een product rijk is aan een bepaalde vitamine mag alleen voorkomen op levensmiddelen waarin dat vitamine ook al van nature voorkomt en het gebruik zodanig is dat 20 procent van de behoefte aanwezig is in een gemiddelde dagelijkse portie van het product. Een fabrikant mag niet suggereren dat je zonder het product niet genoeg vitamines en mineralen zou kunnen binnenkrijgen.
Bron: Voedingscentrum
